Op hoop van zegen
Lees meer
Ik ben Danielle, en in deze blog neem ik je mee in mijn persoonlijke ervaringen tijdens mijn bezoeken aan gevangenissen. Wat begon als nieuwsgierigheid groeide uit tot diepgaande ontmoetingen en inzichten over menselijkheid, oordeel en herstel.
Ik ben onderweg naar België. Onderweg naar 1 van de vele gevangenissen die het land rijk is. Ik ga deze ochtend 3 mannen ontmoeten. Ik weet niet veel van ze, behalve dat ze jong zijn en een torenhoog vonnis hebben gekregen. Ik weet dat ze niet zitten voor het stelen van een pakje kauwgom.
Ik meld me aan bij hetzelfde loket als advocaten doen. Alleen mijn map met papieren mag mee naar binnen. Ik klop nog eens op mijn eigen lichaam. Geen beugels in mijn beha, geen riem om en telefoon uit m’n kontzak.
Check. Ready. Ik ben klaar voor de detectiepoort, ik gooi alles wat ik heb in het bakje, ook mijn schoenen. Ze moeten door het mini röntgenapparaat om te zien of er geen vijl in verstopt zit 🙂
Het enige wat ik nog in een broekzak vind is een hondenkoekje.
Ik loop door en ik zie het rode lampje al voordat het alarm gaat. Kak! De cipier gebaart dat ik terug moet en vraagt of ik een idee heb waarom hij af gaat. Dat heb ik niet, het enige wat ik nog in een broekzak vindt is een hondenkoekje. Terwijl ik dat koekje tevoorschijn haal zie ik de smartwatch om mijn pols. Oeps.
Horloge in de bak, weer door de poort en het lampje is groen. Schoenen aan, papieren mee en gaan.
Vanaf daar is het net Big Brother. Ze volgen me op de camera’s en klikken dus elke deur open op het moment dat ik aankom. Mijn wandeling gaat verder door de open lucht, naar een volgende vleugel. Ik meld me opnieuw en zoek een plekje in 1 van de kamertjes. Het personeel zorgt ervoor dat de mannen op mijn lijstje naar mij komen en elkaar afwisselen. Dat gaat best snel en soepel in deze gevangenis.
De laatste man die ik vandaag spreek is amper 20 jaar oud. Hij heeft een vonnis van +10 jaar. In België kan je met een leeg strafblad op 1/3 van de straf vrijkomen. Met nadruk op “kan”.
Hij zit pas net in detentie dus hij heeft sowieso nog wat jaren voor de boeg. Ik zie een jongen, hij maakt nauwelijks oogcontact en hij is beleefd. Omdat ik nog niet hoef te bespreken waar hij wil werken of wonen na zijn detentie ben ik vooral benieuwd hoe het met hem gaat en hoe hij zich staande houdt. Hij heeft het zwaar, is depressief en ligt eigenlijk de hele dag in bed. Hij heeft een cel alleen, iets wat hij heel prettig vindt.
Werken doet hij nog niet, hij maakt nog geen kans op een baantje. Studeren doet hij wel. Nederlandse gedetineerden kunnen gebruik maken van de studies die aangeboden worden door EABT; Educatie Achter Buitenlandse Tralies.
Als ik hem tegenover mij zie zitten, kwetsbaar en nog lang niet goed ingesteld op medicatie, zie ik een glimp van mezelf. De mist die in je hoofd kan zitten, die elke seconde van de dag beïnvloedt. Die maakt dat je het liefst wil slapen want: wie slaapt die lijdt niet. Ik motiveer hem om toch een briefje te schrijven met het verzoek om zijn psychiater even te zien. De medicatie moet beter op orde.
Hij knikt. Ik voel de weerstand. De verantwoordelijkheid ligt bij hem. Het enige wat mij nu nog helpend lijkt is hem complimenteren met het feit dat hij elke dag een uurtje studeert. Ik zeg hem dat ik er respect voor heb dat hij zichzelf weet te pushen dat tóch te doen.
Heel even heb ik oogcontact en ik lach voorzichtig naar hem. Ik zie een traan, die hij snel weg veegt. Hij bedankt me ervoor en geeft een slap handje als hij weer in de lange gang verdwijnt en ik na het “klikken” van de deur zijn voetstappen hoor wegsterven.
Voordat de volgende komt heb ik even de tijd om mezelf bij elkaar te rapen. Zonder telefoon als afleiding. Zonder sigaretten en koffie. Alleen ik. Met de wetenschap dat ik straks diezelfde gang door loop maar dan de andere kant op…
Lees meer