Op hoop van zegen
Lees meer
Ik ben Danielle, en in deze blog neem ik je mee in mijn persoonlijke ervaringen tijdens mijn bezoeken aan gevangenissen. Wat begon als nieuwsgierigheid groeide uit tot diepgaande ontmoetingen en inzichten over menselijkheid, oordeel en herstel.
Bij aankomst op de binnenplaats zie ik 2 vrouwelijke cipiers. Zij proberen een kar met boodschappen naar binnen te duwen. Zo’n grote kar, die we kennen uit de supermarkt.
Ik weet meteen: dit moet de “kantine” zijn waar de mannen het vaak over hebben.
Producten die ze kunnen bestellen en die aan hun cel geleverd worden.
Vooral interessant om te zien wat er precies op de kar ligt.
Dozen vol sigaretten, vapes, frisdrank en chips. Alsof er een knalfuif gehouden wordt dit weekend.
Door naar het volgende gebouw. De deuren klikken voor me open en ik kom aan bij het glazen hokje waar een vriendelijke cipier op me zit te wachten.
“Goedemorgen meester”.
“Laat me raden: de volgorde maakt niet uit en u wilt eerst naar het toilet?”
Ze kennen me.
Ik maak er mijn persoonlijke doel in 2026 van om er “en wilt u er een tas koffie bij” aan toe te voegen. Een mens moet dromen hebben.
Aangesproken worden met “meester” laat ik zo. Ik vind het wel wat hebben.
Er zijn verschillende manieren om aan geld te komen in de gevangenis. Familie kan geld overmaken op je persoonlijke bajesrekening. Soms onderhouden vroegere “kompanen” of opdrachtgevers een gedetineerde als dank voor het zwijgen. Daarnaast kun je werken in de gevangenis. Dat verdient niet veel, maar genoeg om frisdrank te kopen of een boete af te betalen.
Bijna alle gedetineerden willen werken, maar het is onmogelijk om voor honderden mannen werk te hebben. Het opvouwen van washandjes en handdoeken is op een gegeven moment klaar.
Er is werk in de keuken of als “fatik” op de afdeling (in Nederland noemen ze dat een reiniger).
Ook is er geld te verdienen in het atelier. Een plek waarvan je het idee hebt dat iedereen lekker zit te schilderen of kleien.
Maar nee, het is een plek waar productie wordt gedraaid. Hout- en metaalbewerking, producten verpakken of naaien.
Het is een gewilde plek, daar valt het meeste geld te verdienen.
Daarom is er een wachtlijst. In een arresthuis zoals Antwerpen is er een redelijk snel verloop. Veel mannen vertrekken ook weer snel.
In Beveren is dat anders. Daar zitten mannen met straffen van zes jaar of langer en kan het lang duren voordat je aan de beurt bent.
Vandaag sprak ik een man die nu tien maanden in deze gevangenis zit en nog steeds geen werk heeft. Niet omdat er geen werk voor hem is.
Hij vertelde dat hij op een open afdeling zit, waar de deuren op gezette tijden open zijn. Mannen kunnen dan rondlopen, bij elkaar op cel komen en zich redelijk vrij bewegen.
Hij ziet daar veel mannen die weinig hebben: geen geld, geen zelf gekocht eten, geen magnetron of waterkoker. Ook zij hebben geen werk.
Elke keer dat hem een baantje wordt aangeboden, zegt hij tegen de directie dat ze eerst één van die andere mannen moeten vragen. Hij laat zichzelf telkens weer onderaan de wachtlijst zetten.
Dit had ik nog niet eerder gehoord. Het zegt, in mijn ogen, veel over hem.
Tegenover mij zit een rustige jongen. Mentaal heel sterk, met een goed hart. Hij wordt financieel geholpen door familie en vrienden. Hij heeft genoeg.
Zijn detentie is een keiharde straf voor zijn keuze om spanning in zijn leven te brengen. Hij zocht toen niet naar extra geld. Net zoals hij dat nu niet doet.
“Vrijheid zit soms in het afstaan van wat je zelf zou kunnen nemen.”
In een omgeving waar alles draait om overleven, koos hij ervoor anderen voor te laten.
Ik ging naar huis met één gedachte: situaties vormen ons, maar ze bepalen ons niet.
Lees meer
Lees meer