Naar de navigatie

René's verhalen van binnenuit nr.2

Ik ben René, ik zit vast in de Verenigde Staten. Zes jaar lang schreef ik in het tijdschrift Comeback, waarin ik advies en antwoord gaf op vragen van gedetineerden in het buitenland. Ik vertel jullie over mijn leven in detentie. Ook nu weer zou ik het op prijs stellen, om reacties, feedback of vragen te krijgen via buitenland@reclassering.nl waarop ik in de volgende blog kan reageren.

Het is moeilijk om alles te moeten delen op een oppervlakte van 9 m2. Met alleen een stapelbed en toilet middenin de kamer. Maar het is nog erger om een cel te moeten delen met een dief.  De oplossing is samen je weg te vinden, maar helaas is dat soms gewoon niet mogelijk.

Mijn dief is aan verdovende middelen verslaafd. (In Amerikaanse gevangenissen zijn verdovende middelen nl. heel erg makkelijk te krijgen.) En voor die verdovende middelen heeft hij geld of spullen nodig. En die spullen steelt hij van mij. Natuurlijk steelt hij alleen maar als ik niet in de cel ben. Als hij iets steelt, verstopt hij het in zijn broekspijpen, ondergoed of jas en is hij vertrokken. Zo’n beetje hetzelfde als je fiets in Amsterdam. Je zet je fiets voor een winkel op slot. Je komt terug en iedewiedewietsie, weg is je fietsie.

Als ik het toilet wil gebruiken, vraag ik mijn celgenoot of hij even uit de cel wil. Dan dekt hij het raampje van de deur af, zodat niemand naar binnen kan kijken en stopt daarna mijn spullen snel in zijn onderbroek. Als ik niet in mijn cel ben, dekt hij het raam ook af. Als ik dan spullen mis, heeft hij smoesjes en zegt; “Ik was onder de douche, de deur was open, wie weet wie er naar binnen is gekomen. Kijk maar of de camera mij gezien heeft.

Hij weet altijd hoe hij onder de radar moet blijven. Hij heeft verschillende manieren om van mij te stelen. Hij pakt soms een kledinghanger en probeert via een klein kiertje iets uit mijn kastje te vissen. Zijn arm is bont en blauw van het wurmen door een nauwe opening.

Het personeel zegt niets van die blauwe plekken, want hij zegt dat hij niet steelt. Maar wat zou ik graag een paar muizenvallen willen hebben in mijn kastje, één voor elke vinger. Soms open ik mijn kastje en zie ik dat er weer iets gestolen is. Als ik hem confronteer, kijkt hij mij ijskoud aan en ontkent hij alles.

De meeste gedetineerden zouden hem een flink pak slaag geven.  Zo zijn er door diefstal heel veel gedetineerden zwaargewond of zelfs vermoord. Klagen tegen personeel heeft geen zin, want de dief zegt gewoon dat ik gek ben. Of hij zegt “kijk maar in mijn kastje, ik heb niets van hem.

Er is één cipier die het nu wel in de gaten houdt. Deze man is goud waard. Hij is de enige die mij wil helpen en een meelevend karakter heeft.

Gedetineerden houden niet van dieven. Soms wil ik een gevecht beginnen, maar ik ben bang naar de strafafdeling overgeplaatst te worden. Dan denk ik aan mijn vrouw, kinderen en kleinkinderen en iedereen die mij erg dierbaar is. Op de strafafdeling kun je namelijk niemand bellen, schrijven of mailen. Als die mensen niets van mij horen, maken ze zich ongerust. Dus dan neem ik even diep adem. Agressie lost namelijk niets op, het maakt het alleen maar erger.

Ik ben geboren en getogen in de Amsterdamse binnenstad. Ik herken een verslaafde van een kilometer afstand. Ik heb verschillende dingen bedacht en in elkaar geknutseld, maar toch probeert hij het elke keer weer.

In mijn cel heb ik belangrijke papieren, kleren een typemachine en een tablet. Je hebt geen idee hoe irritant het is dat iemand aan je spullen zit. Ik kan aan zijn gelaatsuitdrukking zien als hij gestolen heeft, dan weet ik dat het weer tijd is om mijn spulletjes te tellen. Zo telde ik mijn zeep en shampoo en ja hoor 3 stukken zeep weg. Ik bedacht mij dat mijn deodorant nog onder mijn bed stond. Ik ging op mijn knieën, voelde onder het bed en vond mijn deodorant, maar wel leeg. Dus die gluiperd heeft de moeite genomen, een lege verpakking te regelen en die onder mijn bed te zetten.

Hij hoopte vast dat hij vertrokken zou zijn tegen de tijd dat ik het nodig had. Hij gaat namelijk naar het huis van bewaring waar hij nog een andere straf moet uitzitten. Dit is niet de eerste keer dat een celgenoot van mij gestolen heeft. Maar dit is wel de meest extreme verslaafde dief met ‘Sticky Fingers. Ik hoop dit nooit meer mee te maken. Het is namelijk moeilijk om met zo’n persoon te moeten leven en ieder keer op je hoede te moeten zijn als je je cel verlaat.

Mijn dief is rond de 40. Dit is de zesde keer dat hij een gevangenisstraf uitzit en zeker niet de laatste. Ik heb geen medelijden met hem. Hij heeft genoeg kansen gekregen, maar sommige mensen weigeren te veranderen.

Ik hoop dan ook dat mijn woorden serieus worden genomen. Helaas is de gevangenis in de VS een leerschool met lessen in criminaliteit. Daarom is recidivisme zo hoog in de VS. Dat wordt ook in stand gehouden door een verkeerd beleid van het Amerikaanse reclasseringssysteem. Jaja mijn Nederlandse gedetineerde landgenoten beseffen niet hoe goed ze het hebben met de Nederlandse reclassering. Vergeleken bij de rest van de wereld is ons landje weer een prachtig voorbeeld.

Ik moet vaak aan mijn Opa denken, die zei altijd: “Daar mag je God op je blote knieën voor danken”. Voor nu ben ik dankbaar dat de dief betrapt is met verdovende middelen en op de strafafdeling zit. Ik hoorde dat hij een lijst van al mijn spullen had gemaakt om het te koop aan te bieden. Gelukkig heb ik nu een celgenoot die veel beter is. Ik heb nu minder stress en een betere nachtrust.

Mijn boodschap voor iedereen, probeer je problemen nooit met agressief gedrag op te lossen want dan kom je zelf in de problemen.

Peace,

René